Een nieuwe kijk op natuur

In de achttiende eeuw ontstond in Engeland een tuinbeweging die voorgoed zou veranderen hoe mensen naar landschap keken. Waar Franse tuinen zoals die van Versailles onder Lodewijk XIV de natuur onderwierpen aan strakke geometrie en symmetrie, kozen Engelse tuinarchitecten voor iets heel anders: een tuin die leek alsof de natuur hem zelf had gemaakt [1].

Deze Engelse landschapstuin, ook wel landscape garden genoemd, was geen echte wildernis, maar een zorgvuldig opgebouwd beeld dat natuurlijke schoonheid uitstraalde. Het was een nieuwe manier om naar natuur te kijken: een kunstwerk dat deed alsof het geen kunst was [3].

De term 'landschapstuin' slaat op het idee dat deze tuinen werden ontworpen als levende schilderijen, geïnspireerd door de landschapsschilderkunst van meesters als Claude Lorrain en Nicolas Poussin. Bezoekers wandelden langs zorgvuldig geplande doorkijkjes, waarbij elke bocht in het pad een nieuw tafereel liet zien: een slingerende rivier, een groepje oude eiken, een klassieke tempel op een heuvel, alsof ze een levend monumentaal schilderij betraden dat de vergankelijkheid van de natuur inluidde [2].

De reactie op Franse strakheid

De Engelse landschapstuin ontstond in de vroege achttiende eeuw grotendeels als reactie op de dominante Franse formele tuinstijl. Waar Franse tuinen draaiden om controle, symmetrie en de zichtbare hand van de mens, zochten Engelse ontwerpers naar iets dat natuurlijker aanvoelde. Ze verwierpen de rechte lanen, de geometrische bloemperken en de strak geschoren hagen.

Ook de Nederlandse baroktuin , zoals die van Het Loo, liet een strakke symmetrie zien die haaks stond op de Engelse benadering.

Formele Franse tuin met strakke geometrie verandert in natuurlijke Engelse landschapstuin
Rechte lijnen en geschoren hagen maakten plaats voor kronkelende paden, open grasvelden en een natuur die vrij leek te groeien.

In plaats daarvan kozen ze voor golvende grasvlakten, vijvers met onregelmatige vormen en boomgroepen die leken te zijn geplaatst door toeval. Deze nieuwe aanpak werd ook beïnvloed door filosofische en literaire stromingen uit die tijd. Denkers als John Locke benadrukten het belang van ervaring en waarneming, en dichters als Alexander Pope pleitten voor tuinen die de natuur volgden in plaats van haar te beheersen.

Pioniers van het natuurlijke landschap

Onder de ontwerpers die deze nieuwe stijl vormgaven, speelt William Kent een bijzondere rol. Kent, oorspronkelijk opgeleid als schilder, wordt vaak beschouwd als een van de eersten die de principes van de landschapsschilderkunst toepaste op tuinontwerp.

In zijn ontwerpen, zoals die voor Rousham House en Stowe, creëerde Kent taferelen die naadloos overgingen in het omringende landschap. Hij gebruikte slingerende paden, grotten en klassieke ruïnes die een tijdloos gevoel gaven.

Later in de eeuw nam Lancelot 'Capability' Brown het stokje over en bracht de Engelse landschapstuin tot bloei. Zijn bijnaam 'Capability' zou volgens het verhaal komen van zijn gewoonte om tegen opdrachtgevers te zeggen dat hun landgoed 'great capabilities' had, oftewel grote mogelijkheden. Brown veranderde tientallen landgoederen met zijn kenmerkende stijl: vloeiende grasvlakten, strategisch geplaatste boomgroepen en elegante waterpartijen.

Capability Brown plantte meer dan 35.000 bomen per jaar

Capability Brown zou meer dan 35.000 bomen per jaar hebben geplant op het hoogtepunt van zijn carrière. Daarmee hervormde hij het Engelse landschap en veranderde het aanzien van talloze landgoederen.

De rol van inheemse planten

Een belangrijk kenmerk van de Engelse landschapstuin was het gebruik van inheemse bomen en planten . Waar eerdere tuinstijlen vaak exotische soorten uit verre landen gebruikten om te imponeren, kozen Engelse ontwerpers bewust voor eiken, beuken, haagbeuken en essen: bomen die al eeuwenlang deel uitmaakten van het Engelse landschap.

Eiken en beuken in een Engelse landschapstuin met kronkelend pad
Eiken, beuken en essen gaven de landschapstuin haar vertrouwde karakter en lieten het ontworpen park op oud Engels landschap lijken.

Deze keuze versterkte de natuurlijke uitstraling en maakte de tuin een verlengstuk van de omringende natuur. Wilde bloemen mochten groeien in de grasvlakten, en struiken kregen de ruimte om op een natuurlijke manier te groeien, zonder streng te worden gesnoeid.

Filosofie en schilderkunst als inspiratie

De Engelse landschapstuin was meer dan een tuinstijl; het was een weerspiegeling van een nieuwe manier van denken over schoonheid, natuur en de plek van de mens daarin. De invloed van de landschapsschilderkunst was groot. Schilders als Claude Lorrain en Salvator Rosa hadden in de zeventiende eeuw Italiaanse landschappen vastgelegd met een romantische blik: ruïnes, herders, zachte heuvels en dramatische luchten.

Tuinontwerpers probeerden deze geschilderde taferelen in het echt na te bootsen, zodat elke hoek van de tuin een nieuw 'schilderij' liet zien. Ook de filosofie had invloed. John Locke's ideeën over ervaring en waarneming veranderden hoe mensen naar de wereld keken. Natuur werd niet langer gezien als iets om te temmen, maar als een bron van schoonheid en inspiratie.

Klassieke elementen in een natuurlijk decor

Hoewel de Engelse landschapstuin streefde naar een natuurlijke uitstraling, waren klassieke elementen een belangrijk onderdeel van het ontwerp. Tempels, bruggen, obelisken en grotten werden strategisch geplaatst om het landschap te verrijken en een gevoel van geschiedenis en cultuur te geven. Deze bouwwerken dienden als blikvangers en gaven wandelaars rustpunten om het uitzicht te bewonderen.

Het onderhoud van een levend schilderij

Het creëren van een Engelse landschapstuin was één ding, het onderhouden ervan was een heel andere uitdaging. Deze tuinen vroegen om voortdurende zorg, maar die moest subtiel en onzichtbaar blijven. Bomen moesten worden gesnoeid om zichtlijnen open te houden, maar zonder dat het opviel.

Tuinman snoeit een oude eik in een Engelse landschapstuin om zichtlijnen open te houden
De kunst zat in het onzichtbare werk: zorgvuldig snoeien en onderhouden zonder dat de ontworpen natuur ooit ontworpen leek.

Grasvlakten moesten worden gemaaid, maar op een manier die er natuurlijk uitzag. Het was een kunst van verbergen: het werk moest gebeuren, maar de bezoeker mocht er niets van merken. Deze subtiele aanpak maakte het onderhoud tot een voortdurende uitdaging voor de tuinlieden.

  • Gebruik van inheemse bomen zoals eik, beuk en es voor een natuurlijk karakter
  • Slingerende paden en onregelmatige vijvers in plaats van rechte lijnen
  • Ha-ha's om grenzen te verbergen en het landschap te laten doorlopen
  • Klassieke bouwwerken als tempels en bruggen als blikvangers
  • Zorgvuldig geplaatste boomgroepen voor doorkijkjes en schaduw

De erfenis van de Engelse landschapstuin

De invloed van de achttiende-eeuwse Engelse landschapstuin ging ver buiten Engeland. De stijl verspreidde zich over Europa en zelfs naar Amerika, waar landgoederen en parken werden ontworpen volgens dezelfde principes. Deze tuinen werden symbolen van een nieuwe esthetiek die natuurlijkheid en schoonheid combineerde.

Tegenwoordig worden veel van deze historische tuinen nog steeds onderhouden en bezocht. Ze herinneren ons eraan dat de relatie tussen mens en natuur altijd in beweging is geweest, en dat wat we als 'natuurlijk' beschouwen vaak een zorgvuldig bedacht concept is. De Engelse landschapstuin leerde ons dat natuur niet alleen iets is om te beheersen of te bewonderen, maar ook iets om mee samen te werken.